Positie franchisenemer aanzienlijk versterkt in wetsvoorstel voor nieuwe franchisewet

Positie franchisenemer aanzienlijk versterkt in wetsvoorstel voor nieuwe franchisewet

Eind 2018 is het wetsontwerp ‘Wet Franchise’ gepubliceerd. Daarmee is invulling gegeven aan de afspraak uit het regeerakkoord om te komen tot “aanvullende wetgeving op het gebied van franchise om de positie van franchisenemers in de pre-competitieve fase te versterken”. Inmiddels is de internetconsultatie en zijn er in totaal 362 reacties openbaar gemaakt. De ministerraad stuurt het wetsvoorstel voor advies naar de Raad van State en besluit daarna of het, al dan niet aangepast, wordt ingediend bij de Tweede Kamer.

Het wetsvoorstel bevat dwingendrechtelijke bepalingen die de contractsvrijheid van de franchisegever en franchisenemer aanzienlijk beperken. Zo wordt er een groot aantal informatieverplichtingen aan beide partijen opgelegd, zowel in de contactuele fase als de pre-contractuele fase. Daarnaast dient het franchisecontract bepaalde voorwaarden te bevatten op straffe van nietigheid zoals bijvoorbeeld de wijze van goodwillberekening, beperkte afnameverplichtingen, een beperkt concurrentiebeding en beperkingen aan eenzijdige wijzigingsbedingen voor de franchisenemer.

De wet definieert de franchiseovereenkomst als de overeenkomst die het recht geeft om tegen vergoeding een franchiseformule op een aangegeven wijze te exploiteren. De franchiseformule is gedefinieerd als een eenvormige commerciële formule voor de productie of verkoop van goederen dan wel  het verrichten van diensten, die in ieder geval omvat: 1. een handelsmerk, model, gebruiksmodel of handelsnaam, huisstijl of tekening,(I.E.-rechten) én 2. knowhow. Onder knowhow wordt verstaan een geheel van niet door een I.E.-recht beschermde praktische informatie, voortvloeiend uit de ervaring van de franchisegever en uit de door hem uitgevoerde onderzoeken, welke informatie geheim, wezenlijk en geïdentificeerd is (zodanig volledig beschreven, dat kan worden nagegaan of deze informatie aan de criteria van geheim-zijn en wezenlijkheid voldoet).

Het wetsvoorstel bevat uitgebreide verplichtingen tot informatieverstrekking,, zowel pre-contractueel als na het sluiten van de overeenkomst. Het gaat om alle informatie waarvan partijen weten of redelijkerwijs kunnen vermoeden dat deze voor de ander van belang is of kan worden met het oog op het sluiten en de uitvoering van de overeenkomst (zoals financiële informatie, de concept franchiseovereenkomst, marktinformatie en het handboek). In de pre-contractuele fase dient deze informatie tenminste vier weken voor het sluiten van de overeenkomst verstrekt te worden.

In de franchiseovereenkomst dient in ieder geval te zijn opgenomen de wijze van bepaling van de goodwill, en dat (en hoe) goodwill die redelijkerwijs is toe te rekenen aan de franchisenemer bij beëindiging van de franchiseovereenkomst voor vergoeding aan de franchisenemer in aanmerking komt. De franchiseovereenkomst bepaalt dat er ten minste jaarlijks overleg plaatsvindt tussen de franchisegever en franchisenemer. Een andere contractseis is dat een beding dat de franchisenemer verplicht goederen of diensten geheel of ten dele af te nemen van de franchisegever of van een door deze aan te wijzen derde, slechts geldig is als voor deze afnameverplichting in het handelsverkeer gebruikelijke voorwaarden gelden. Een concurrentiebeding na het einde van de franchiseovereenkomst is slechts geldig als deze een duur van maximaal een jaar na het einde van de franchiseovereenkomst heeft, en de geografische reikwijdte niet ruimer is dan het gebied waarbinnen de franchisenemer de franchiseformule op grond van de franchiseovereenkomst mocht exploiteren.

Een wijziging van de franchiseovereenkomst die aanzienlijke gevolgen heeft of kan hebben voor de exploitatie van de franchiseformule door de franchisenemer, vergt voorafgaande instemming van: (a.) 2/3 meerderheid van het vertegenwoordigend orgaan van de (verschillende) franchisenemers, indien aanwezig, of (b.) van de franchisenemer jegens wie de franchisegever de wijziging wil doorvoeren en die deze gevolgen daarvan ondervindt of dreigt te ondervinden. Te denken valt aan een nieuwe huisstijl die wezenlijke investeringen of inspanningen van de franchisenemer vergt.

De dwingendrechtelijk voorgeschreven contractuele voorwaarden strekken tot bescherming van de franchisenemer en een afwijking is vernietigbaar. Uitsluitend de franchisenemer kan zich op de vernietigbaarheid beroepen. Het wetsvoorstel voorziet nog niet in overgangsrecht.

Uit het voorgaande blijkt dat het de bedoeling is om de rechten van franchisenemers te versterken. Het is echter zeer de vraag of het wetsvoorstel in deze vorm zal worden ingediend bij de Tweede Kamer gezien het grote aantal kritische punten dat uit de internetconsultatie naar voren is gekomen. Vooralsnog zal voor alle franchise gerelateerde vraagstukken moeten worden teruggegrepen op het algemeen verbintenissenrecht.

Neem voor vragen over franchiseovereenkomsten of het wetsvoorstel contact op met Citius advocaten.

Facebooktwitterlinkedinmail